De witgekuifde extremist is gevallen.
Leve de fatsoenlijke politiek?

15 juni 2025 - Martin Valentijn

Yeah! Natuurlijk ben ik blij dat het kabinet van onze witgekuifde extremist is gevallen. Na twee jaar totale politieke verlamming kunnen we weer hopen dat we aan de problemen van Nederland kunnen werken. Maar moeten we ons lot nu weer in handen geven van de fatsoenlijke politiek?

Deel op LinkedInDeel op FacebookDeel op TwitterDeel op Instgram

Het was eenvoudig te voorspellen. Een kabinet dat bestaat uit een partij met Orbán-achtige ambities, een partij die het steeds over rechtstatelijkheid heeft zonder daar enige consequenties aan te verbinden, een partij die alles doet voor macht en een belangenclubje voor de agrarische industrie. Het was vanaf het begin een giftige mix van belangen en visies, het was vanaf het begin gedoemd te mislukken.

Wat ook eenvoudig is te voorspellen, is dat de fatsoenlijke politieke partijen, waar ik voor het gemak ook de VVD nog maar even toe reken, straks gewoon weer over zullen gaan tot de orde van de dag in de illusie dat het falen van het kabinet van de witgekuifde extremist hun morele gelijk bewijst. In de veronderstelling ook dat al die mensen die op de PVV hebben gestemd dwalende zielen zijn die nu weer terug zullen keren in de warme omhelzing van het fatsoenlijke midden.

Dat schiet niet op.

Rechtse agenda

Want, het is maar de vraag of het beter zal gaan met Nederland als de fatsoenlijke politieke partijen straks weer aan de macht zijn. Geen van die partijen lijkt geïnteresseerd in de onvrede die er bestaat onder de kiezers die op extreemrechtse partijen stemden.  Geen van die partijen laat zien dat ze begrijpen waarom kiezers massaal uitwijken naar extreemrechtse partijen, waar ik voor het gemak de VVD ook maar even toe reken, gezien de uitspraken van haar politiek leider, die er alles voor lijkt te willen doen om onze eerste vrouwelijke minister-president te worden.

Natuurlijk, CDA, D66 en vooral VVD  voegen zich nogal makkelijk in de rechtse migratie-agenda. Dus het lijkt misschien dat ze zich toch iets aantrekken van die kiezers. Maar ze zijn dan wel erg selectief in de lessen die ze leren.

Uit onderzoek naar PVV-stemmers blijkt dat deze op sociaal-economisch gebied veelal links zijn. En toch zie ik de politieke partijen niet strijden voor een socialer beleid. Onder PVV-kiezers is er veel wantrouwen naar de overheid. Maar over het versterken van de democratie en het onderlinge vertrouwen hoor ik de fatsoenlijke partijen niet. Kiezers van de PVV wonen relatief vaak in provincies en stadswijken waar de werkloosheid hoger is dan gemiddeld. Dus misschien moeten ze daar eens wat aan gaan doen.

Enzovoort.

Een gevoel van controle

Het wordt tijd dat politici eens naar psychologen gaan luisteren. Niet alleen omdat ze zich dan misschien gaan realiseren dat de oorzaken van de verrechtsing veel dieper zitten dan de schreeuwlelijken van rechts ons willen doen geloven. Maar ook omdat het echt tijd wordt dat iemand ze een spiegel voor houdt, zodat ze zich gaan realiseren dat ze zelf een belangrijke bijdrage leveren aan de verrechtsing.

Dat is nogal een uitspraak. Daar ben ik me van bewust.

"Het wordt tijd dat politici eens naar psychologen gaan luisteren. "

Mensen hebben behoefte aan controle over hun leven. Of in ieder geval een gevoel van controle. Voor alle aspecten van het leven die ze niet zelf kunnen beheersen, kijken ze naar onze overheid, naar onze regering. Als we de controle over ons leven dreigen te verliezen of onrechtvaardig worden behandeld, gaat dat gepaard met frustratie, angst of zelfs depressie. Ik heb een sterk vermoeden dat daarin de basis ligt voor alle narigheid.  

Natuurlijk denk ik dan aan al die voorzieningen in wijken, die in de afgelopen decennia zijn verdwenen. Ik denk aan het woningtekort dat enorme impact heeft op de levens van heel veel mensen. Aan de werkloosheid, de oplopende kosten van het dagelijks leven. Dat is allemaal bekend - dat zou allemaal bekend moeten zijn bij de politiek.

Alternatieve werkelijkheid

Er is één factor die volgens mij nog belangrijker is voor de keuze die mensen in het stemhokje maken: het gevoel dat ze gehoord worden, het gevoel dat politieke leiders voor ze knokken. Juist daarin wint extreem rechts. Niet omdat ze werkelijk luisteren naar het volk, maar omdat ze in ieder geval de indruk wekken dat zij de stem van het volk vertegenwoordigen. Juist daarin faalt de fatsoenlijke politiek. Niet alleen omdat ze beleid maken dat hun belangen negeert, maar ook omdat ze zelfs niet in staat zijn de problemen die de overheid zelf heeft veroorzaakt - de Toeslagenaffaire - snel en op een rechtvaardige manier op te lossen.  Niet alleen omdat ze amper geïnteresseerd zijn in de directe gevolgen van hun beleid op het dagelijks leven, maar vooral omdat ze in een alternatieve werkelijkheid lijken te leven.

Kijk maar.

Voor de fatsoenlijke politiek is migratie een probleem van internationale afspraken, migratiestromen, wetgeving, bevolkingsopbouw en arbeidsmarktproblematiek. Voor iemand in Ter Apel is het probleem dat zijn of haar winkel wordt leeggestolen. Voor de politiek is het pensioen een macro-economisch probleem met ingewikkelde berekeningen die een verre toekomst moeten voorspellen. Voor een stratenmaker betekent het dat hij of zij al of niet jaren langer op zijn pijnlijke knieën moet blijven werken. De politiek wil voorkomen dat arbeid te duur wordt omdat het misschien bedrijven afschrikt of wegjaagt. Kiezers zien dat ze steeds moeilijker rond kunnen komen. Enzovoort.

Dat is het ultieme verlies aan controle: als je de mensen die over je lot beslissen niet als mens herkent, hun taal niet begrijpt en hun denken niet kan volgen. Het is geen wonder dat de populisten winnen. Het is geen wonder dat kiezers zich vastgrijpen aan iedere extreemrechtse politicus met een - volgens eigen zeggen - simpele oplossing voor al hun problemen.

De wens van het volk

Daarom vraag ik me dus serieus af of de fatsoenlijke politiek ons verder gaat helpen. Natuurlijk is het fijn - vanzelfsprekend - dat beleid wordt gemaakt volgens de juiste procedures en met de juiste inspraak. Maar als politici negeren wat de impact van dat beleid is op het dagelijks leven van mensen, zullen weer veel kiezers gefrustreerd raken. Natuurlijk is het fijn als er straks weer kundige ministers zitten die degelijk beleid maken en, in tegenstelling tot Vrouw Faber, wel in staat zijn om een fatsoenlijk debat te voeren. Maar het zou heel zorgelijk zijn als dat beleid, zoals zo vaak, blijft hangen in de abstracties, analyses en extrapolaties en de menselijke factor verloren gaat. Natuurlijk moet de begroting op orde zijn, maar als er steeds weer bezuinigd wordt op wijken en voorzieningen, zullen weer veel kiezers zich tegen die fatsoenlijke politiek keren.

Dus is het ook nu eenvoudig te voorspellen wat er gaat gebeuren. De fatsoenlijke politiek pakt straks weer de macht, doet weer wat ze altijd deed en wordt bij de daaropvolgende verkiezingen weer afgestraft.

Dat schiet dus echt niet op.