
Onze democratie is gebaseerd op de veronderstelling dat mensen rationeel zijn. Er is helemaal geen reden om dat te geloven. Zelfs in het geval dat we bereid zijn om problemen te onderzoeken, ons proberen te verplaatsen in andere standpunten en streven naar genuanceerde oplossingen, zijn de conclusies die we trekken een persoonlijke weging. Die weging is het resultaat van feilbare cognitieve processen, een geheugen dat het verleden construeert, sociale normen en waarden, emoties en motivaties.
In mijn boek Leve de Egocratie laat ik aan de hand van verschillende thema's zien hoe onze psychologie onze democratie beïnvloedt. Op deze pagina heb ik al die kennis gebruikt om een werkelijk rationele democratie te beschrijven. Een democratie gebaseerd op degelijke probleemanalyses, zorgvuldige wegingen van alle belangen en beleid gebaseerd op rechtvaardige oplossingen.
Opmerkingen, vragen, ideeën, suggesties? Ik hoor het graag via mijn contactpagina.
Onze werkelijkheid is ambigu - voor meerdere interpretaties vatbaar. In een rationele democratie accepteren we dat we die werkelijkheid allemaal anders ervaren. Onze werkelijkheid bestaat uit:
Feiten vormen slechts een heel klein deel van onze werkelijkheid. Feiten zijn voor iedereen en altijd controleerbaar. Er is geen discussie mogelijk.
Het overgrote deel van onze werkelijkheid bestaat uit niet-feiten, beweringen en ideeën die niet iedereen altijd kan controleren. Over niet-feiten kunnen we discussiëren en van mening verschillen. En de praktijk leert dat we dat over bijna alles doen, inclusief het nieuws en wetenschappelijke kennis.
In deze TedTalk legt Sean Tiffee, die retorica en Taal studeerde, uit dat wij de realiteit niet kunnen kennen. Omdat wij interpreteren, omdat verhalen beelden oproepen - beelden die een veronderstelde werkelijkheid vormen. Luister maar naar het verhaal van Bob en zijn hond en bedenk dat we in het dagelijks leven heel veel verhalen horen. Verhalen waarover we heel veel veronderstellingen hebben.
Ieder van ons ervaart een persoonlijke werkelijkheid die ontstaat door onze ervaringen, opvoeding en onze overtuigingen. Die persoonlijke werkelijkheid is het resultaat van:
We ervaren maar een heel klein deel van de werkelijkheid. Welk deel dat is, is afhankelijk van waar we geboren worden, met wie we omgaan, wat we nastreven en welke mogelijkheden we hebben om de werkelijkheid te onderzoeken. Natuurlijk gaat het om de verschillen tussen mensen uit heel verschillende culturen en heel andere werelddelen. Maar ook binnen een land en in één cultuur kunnen de verschillen groot zijn.
We veronderstellen dat we een objectieve realiteit ervaren. Niet is minder waar. Niet alleen omdat we ieder in ons eigen bubbel leven, maar ook omdat we die informatie allemaal op onze eigen manier interpreteren. Ons denken houdt ons wereldbeeld in stand. Dat heeft te maken met:
Veel van wat we denken, vinden en besluiten gebeurt op basis van heuristieken, beslisregels. Beslisregels helpen ons om tot conclusies of beslissingen te komen zonder dat we alle mogelijke oplossingen en consequenties uitputtend analyseren en wegen. Voor bijna elk proces in elk onderdeel van uw leven maakt u gebruik van beslisregels. Voor verkiezingen neemt u niet alle programma's van alle politieke partijen door, u sluit partijen uit en beperkt u tot de onderwerpen die u belangrijk vindt. Beslisregels zijn het resultaat zijn van persoonlijke overwegingen, maar worden ook beïnvloed door sociale normen, emoties en motivatie.
Heuristieken zijn gevoelig voor fouten, voor bias. Bias ontstaat bijvoorbeeld als we ons in ons oordeel te veel laten leiden door kennis die we ons eenvoudig kunnen herinneren. Denk aan uw oordeel over een groep als u net een positieve of negatieve ervaring hebt opgedaan met een lid van die groep. Of aan de invloed die opvallend gedrag heeft op uw oordeel. Psychologen onderscheiden ruim 150 soorten bias, afhankelijk van welke psycholoog je het vraagt. Duidelijk is dat ons denken, bewust of onbewust, weinig optimaal is.
Deze video laat zien onze mening, besluiten en voorspellingen over de wereld worden gevormd door heuristieken. In deze video worden drie voorbeelden gegeven van hou heuristieken invloed hebben op ons denken. Daniel Kahneman en Amos Tversky waren de grondleggers van het onderzoek dat is gedaan naar heuristieken en bias.
Onze verwachtingen spelen een belangrijke rol bij onze ervaring van de werkelijkheid. Onze overtuigingen over de wereld bepalen wie we geloven, welke informatie we accepteren en hoe we die informatie interpreteren. Als we bijvoorbeeld de overheid niet vertrouwen, zullen we de informatie van de overheid niet vertrouwen. Als we veronderstellen dat mensen egoïstisch zijn, zullen we geneigd zijn om ons ook egoïstischer te gedragen. Enzovoort.
Naast onze overtuigingen over de wereld, hebben we overtuigingen over onszelf. Ons zelfbeeld is belangrijk voor de manier waarop we met informatie omgaan. Informatie over onderwerpen die belangrijk zijn voor ons zelfbeeld, zal meer emoties oproepen dan informatie over onderwerpen die onbelangrijk zijn. Als u bijvoorbeeld fanatiek aanhanger bent van een politieke leider, zult u meer emoties voelen als die leider wordt aangevallen dan wanneer u een keer op die leider hebt gestemd omdat u niet wist wat u anders moest stemmen. Als u jaren lang hebt gedacht dat de aarde plat is en veel tijd hebt besteed aan het overtuigen van anderen, dan is het veel pijnlijker als u er achter komt dat u er naast zit.
Attributie is het koppelen van oorzaak en gevolg. Psychologen maken daarbij onderscheid tussen externe attributie en interne attributie. Externe attributie wil zeggen dat u de oorzaak van een gebeurtenis buiten uzelf legt. U geeft bijvoorbeeld uw docent de schuld als u een examen niet haalt. Of bijvoorbeeld een god als uw tegenslag ervaart. Bij interne attributie legt u de oorzaak van een gebeurtenis bij uzelf, bijvoorbeeld als u een sportwedstrijd wint.
Attributies hebben belangrijke invloed op ons denken en doen. Als we bijvoorbeeld veronderstellen dat we geen invloed hebben op situaties, kunnen we ons passief gaan gedragen. U kunt het slechte gedrag van iemand toeschrijven aan zijn of haar karakter of aan de situatie. Zo kunnen ingewikkelde netwerken van oorzaak en gevolg ontstaan, waarbij we ons bijvoorbeeld onmachtig voelen om een huis te vinden, een bevolkingsgroep daarvan de schuld geven, vinden dat de regering het probleem moet oplossen, maar naar de oppositie wijzen als het onze favoriete politicus ook niet lukt om het probleem op te lossen.
Een korte uitleg van de attributie theorie en hoe het ons denken beïnlvoed.
Ons geheugen construeert onze herinneringen. Wat wij ons herinneren is het product van persoonlijke interesse, talenten, emoties, overtuigingen, en heuristieken. We vergeten veel en het blijkt dat we dingen kunnen herinneren waarvan we niet eens getuigen zijn geweest.
Julia Shaw neemt je mee op een avontuur in de bizarre wereld van geheugenmanipulatie. Ze laat zien dat je herinneringen gemakkelijk beïnvloed kunnen worden door een combinatie van perceptuele fouten, hersenbias en sociale invloeden. Gewapend met wetenschappelijke inzichten onderzoekt ze hoe zelfs sommige van je meest dierbare en emotionele herinneringen niets anders dan fictie kunnen zijn.
Emotie is het gevoel dat we ervaren bij een gebeurtenis, zelfs als het een ingebeelde gebeurtenis is. Motivatie is de drive om doelen te bereiken. Psychologisch onderzoek laat zien dat mensen die geen emoties kunnen ervaren, grote moeite hebben om beslissingen te nemen. Mensen die niet gemotiveerd zijn, hebben grote moeite om doelen te bereiken.
Emotie en motivatie hebben belangrijke invloed op ons denken. Motivatie bepaalt of we bereid zijn de mentale inspanning te doen om problemen goed te begrijpen. Emoties hebben invloed op ons denken en doen omdat we negatieve emoties willen vermijden. We proberen een positief zelfbeeld te behouden en voelen ons ongemakkelijk als onze overtuigingen worden uitgedaagd of ons zelfbeeld wordt bedreigd.
De manier waarop we naar de wereld kijken wordt belangrijke mate beïnvloed door onze maatschappij en de groepen waarmee we ons identificeren. Niet alleen omdat we ons met andere personen vergelijken, maar ook omdat de normen en waarden van die groepen - impliciet en expliciet - voorschrijven wat normaal is om te denken, te voelen en hoe we ons moeten gedragen. Als we tegen die normen en waarden ingaan, krijgen we te maken met afkeuring en afwijzing.
Als we een mening moeten vormen over een onderwerp, doen we dat op basis van onze persoonlijke perceptie van de werkelijkheid. Onze opinie is het resultaat van:
Een opinie is het resultaat van persoonlijke afwegingen. Daarbij komen we op basis van overtuigingen, kennis, emoties en belangen tot een conclusie over een onderwerp. Dat is zeker niet altijd - sommige psychologen zullen zeggen: bijna nooit - een bewust proces. Uit psychologisch onderzoek blijkt dat de conclusie vaak vooraf gaat aan de redenering. We redeneren naar de conclusie toe die past binnen onze overtuigingen en belangen. Maar zelfs wanneer we bereid zijn alle feiten te verzamelen, alle argumenten te overwegen en een tot een onafhankelijk oordeel te komen, is een opinie uiteindelijk persoonlijke weging.
Peter Ditto, hoogleraar Psychologie en Sociaal Gedrag, doet onderzoek naar vooroordelen in ons moreel en politiek redeneren. Hij is in het bijzonder geïnteresseerd in "gemotiveerd redeneren" — hoe mensen algemene principes en feitelijke overtuigingen selectief inzetten om gewenste conclusies te onderbouwen. In de politiek kan gemotiveerd redeneren beïnvloeden hoe we denken over kandidaten en beleid, en het draagt in belangrijke mate bij aan politieke conflicten en partijpolitieke impasses.
De groepen waarmee we ons identificeren hebben grote invloed op onze opinie. De overtuigingen van een groep worden bewust en onbewust gecommuniceerd met de leden van de groep. Ze vormen niet alleen een kader voor ons gedrag, maar ook een kader voor onze opinie. Natuurlijk is onze uiteindelijke opinie het resultaat van de invloeden van een netwerk van groepen waartoe we onszelf rekenen en hebben verschillende groepen invloed op verschillende momenten. Ook zijn we eerder geneigd om de opinie van een deskundige te accepteren als we onszelf als niet bekwaam zien. Welke deskundige we geloven is dan weer afhankelijk van wie we tot onze eigen groep rekenen of vertrouwen. Groepen beïnvloeden hoe dan ook ons denken.
Bij het uiten van een opinie, kan strategie grote invloed hebben, zeker in de politiek. De mening die we uiten is niet altijd de mening die we hebben. We houden rekening met sociale normen en het effect dat we willen bereiken.
Wie de debatten in de Tweede Kamer analyseert ziet het probleem al snel: debatten zijn een strategische strijd geworden waarin het belangrijkste doel is om het gelijk te halen en clips voor de sociale media te maken. In een rationele democratie is het debat niet gericht op winnen, maar op het vinden van een zo goed mogelijke oplossing voor onze problemen, waarbij alle belangen gewogen worden. Deze vorm van debat staat bekend als deliberatief debat. In een deliberatief debat staat dialoog en het gezamenlijk wegen van argumenten centraal, met als doel rationele besluitvorming en maatschappelijke verandering.
De rationele democratie begint met het onderzoeken van de werkelijkheid van anderen. Niet alleen - niet in eerste instantie - om de ander te overtuigen, maar om de standpunten van de ander zo goed mogelijk te begrijpen, eigen standpunten te nuanceren of te veranderen en naar een gezamenlijke oplossing te zoeken. Natuurlijk vereist dat de bereidheid van alle partijen om zich te verdiepen in de werkelijkheid van anderen. Natuurlijk moeten alle partijen daarbij bereid zijn om denkfouten te erkennen en standpunten te nuanceren.
Aan de basis van een rationele democratie ligt een analyse van het probleem. Alle kanten van een probleem worden belicht, de feiten zo goed mogelijk weergeven en argumenten op een rij gezet. Dat voorkomt dat debatten in eindeloze discussies ontaarden waarbij politici de feiten noemen die hun standpunten ondersteunen en de interpretaties die ze kunnen gebruiken.
In de politiek gaat het te veel over meningen, zonder dat politici het eens zijn over de feiten. Iedere partij haalt andere feiten - onderzoeksrapporten, statistieken en anekdotes - aan om standpunten te onderbouwen. Daarom is het van groot belang om het eerst eens te worden over de feiten en zou het goed zijn als politici die feiten voor een debat inbrengen - of na een debat publiek maken. Wetenschappelijk onderzoek moet daarbij een belangrijke rol spelen. Politici gebruiken wetenschappelijke onderzoek te vaak om hun standpunt te onderbouwen, terwijl ze diezelfde wetenschap negeren als de conclusies hen niet aanstaan.
Er wordt in de politiek te veel gesproken in termen van absolute oplossingen. Beleid is nooit een absolute oplossing, het is een keuze, het is het stellen van prioriteiten. In die zin moet er ook over gesproken worden.
In een rationele democratie is beleid het resultaat van een heldere analyse, een gedegen debat en een gezamenlijke weging van de feiten. Daarbij wegen alle partijen alle belangen en worden besluiten genomen op basis van algemeen geldende principes. Die principes geven de grenzen aan van beleid en zijn niet onderhandelbaar. Natuurlijk gaat het daarbij om internationale verdragen, zoals de rechten van de mens en de verplichting om genocide te bestrijden.
Maar ook veel ander beleid moet gebaseerd zijn op algemene principes. De hoogte van een uitkering mag niet afhankelijk zijn van onderhandelingen van partijen die toevallig aan de macht zijn, maar moeten gebaseerd zijn op de vraag: waar heeft iedereen in Nederland recht op. Denk daarbij aan gezond eten, onderwijs en bijvoorbeeld het recht om te sporten. Principes zorgen ervoor dat niet alles onderhandelbaar is.
Om beleid zo goed mogelijk te begrijpen en te kunnen evalueren moet worden vastgelegd hoe de regering tot het besluit is gekomen en welke afwegingen een rol speelden. Ook moet beschreven worden welke concrete doelen er moeten worden bereikt.
Beleid is daarbij gericht op het oplossen van problemen. Wetgeving en financiering zijn daarbij een middel, geen doel. Het effect van het beleid moet voortdurend worden geëvalueerd, zodat wordt voorkomen dat problemen met de uitvoering of de gevolgen voor de mensen die door dat beleid worden beïnvloed, pas na vele jaren naar buiten worden gebracht door een klokkenluider.
"Smart goals" is een kader voor het stellen van doelen dat in 1981 door George T. Doran werd geïntroduceerd. De afkorting smart staat voor specifiek, meetbaar, acceptabel, relevant en tijdgebonden. Dit kader zorgt ervoor dat doelen zorgvuldig worden gepland en duidelijk gedefinieerd, wat de kans op succes vergroot.