De reacties van de politieke leiders op de beweringen van Wilders liepen sterk uiteen. Frans Timmerman van Groenlinks/PvdA, Jimmy van Dijk van de Socialistische Partij en Stephan van Baarle van DENK kozen de aanval. Niet op de cijfers maar op de stigmatisering van moslims, het beeld dat Wilders schetste van minderheden in ons land. Het leidde tot felle debatten met voorspelbare kritiek en hevige emoties. CDA-leider Bontenbal besloot te zwijgen. Om de haat die Wilders predikt zo min mogelijk te voeden, om de PVV-leider de wind uit de zeilen te nemen.
Voor beide strategieën is iets te zeggen. Maar nu de Algemene Politieke Beschouwingen (APB) van 2026 op de agenda staan, is het toch de vraag of de APB ons verder helpen als politici er een strategische steekspel van maken. En of we er iets mee opschieten als in de media en op de sociale media vooral korte clips uit dat debat circuleren.
Verkiezingscampagne
Natuurlijk waren de Algemene Politieke Beschouwingen van 2025 bijzonder. Met de verkiezingen van november in aantocht waren ze de opmaat naar de verkiezingscampagne en een kans voor iedere politicus om zich te profileren. Er stond veel op het spel. Dat maakt het extra interessant om juist deze APB te analyseren. Wat levert een debat van bijna 21 uur - exclusief alle onderbrekingen - op?
'Een belangrijk probleem van de APB debat schuilt al in de naam: het zijn algemene beschouwingen. In tegenstelling tot veel andere debatten in de Tweede Kamer en de verschillende commissies is niet een één thema of wetsvoorstel het onderwerp van gesprek, maar het beleid van de regering in het algemeen. Met als gevolg dat het debat alle kanten op kan gaan. En ging.
Natuurlijk was het daarbij voorspelbaar dat de leiders van de politieke partijen in de Kamer veel van hun spreektijd zouden besteden aan hun stokpaardjes. Geert Wilders (PVV) noemde Nederland “één groot asielzoekerscentrum” en benadrukte weer dat hij “af wil van de islam”. Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD) had het veelvuldig over de hardwerkende Nederlander, grip op migratie en benadrukte meerdere malen dat de VVD niet aan de hypotheekrente zou komen. Lidewij de Vos (Forum voor Democratie) wilde stoppen met klimaatbeleid, immigratie en de EU. Stoffer (SGP) vergeleek de minister-president met een herder uit de bijbel en hield een pleidooi voor christelijke waarden.
Eigen agenda
Belangrijker was dat de favoriete onderwerpen van de verschillende partijleiders vaak grote invloed hadden op het verloop van het debat. In plaats van verdiepende vragen over de beweringen van een spreker of tegenargumenten, kozen politici er maar al te vaak voor om hun eigen agenda in te brengen in de spreektijd van anderen. Met als gevolg dat het debat vaak alle kanten op vloog.
"Christiaan Stoffer (SGP) besloot om aandacht te vragen voor een ‘andere indringer’: de wolf. "
In de spreektijd van Geert Wilders ging het in eerste instantie over stigmatisering van minderheden, vielen Wilders en Timmermans (Groenlinks/PvdA) elkaar aan over de val van het kabinet Schoof en ontstond er discussie over de aanwezigheid van de kamerleden van de PVV bij debatten. Vervolgens bracht Rob Jetten (D66) in dat Wilders zich nooit druk maakte om internationale veiligheid, begon Mirjam Bikker (ChristenUnie) over de waarde van het geloof in het algemeen en het christelijk geloof in het bijzonder, verweet Laurens Dassen (Volt) Wilders dat hij selectief opkwam voor de lhbtq+ gemeenschap en besloot Christiaan Stoffer (SGP) om aandacht te vragen voor een ‘andere indringer’: de wolf. Voordat Wilders zijn spreekbeurt kon afronden stelde Timmermans voor om gewonde kinderen uit Gaza over te brengen naar ziekenhuizen in Nederland en probeerde Esther Ouwehand (Partij van de Dieren) Wilders te verleiden zich uit te spreken over het dierenleed in de bio-industrie. Ondertussen keerde de PVV-leider steeds terug naar het ‘gevaar in eigen land’.
Thema’s als asiel en de islam zijn breed en zijn politici vrij om andere invalshoeken te kiezen. Maar als een debat alle kanten opgaat, verliest het een belangrijke functie: het verdiepen van het kennis over het probleem en het wegen van argumenten. En wie de spreekbeurt van Geert Wilders tijdens de APB nog eens naleest, ziet dat er vooral sprake is van persoonlijke aanvallen en onverzettelijkheid. Wilders werd meerdere keren gevraagd om gewonde kinderen uit Gaza naar Nederlandse ziekenhuizen over te brengen, waarna de PVV-leider geïrriteerd reageerde: “Blijkbaar moet iedere fractie zijn eigen filmpje maken. Ik heb het antwoord al gegeven aan de heer Timmermans. Kijkt u het maar terug. Ik ga het niet voor de twintigste keer herhalen.”
Een strijd van retoriek
Daarin schuilt een belangrijk probleem van de Algemene Politieke Beschouwingen. Ze zijn vooral een strijd om de gunst van de kiezer geworden, een voorstelling van bijna twee volle dagen om clips te genereren voor de sociale media. Natuurlijk is er geen formele reden om daar bezwaar tegen te maken, maar het debat lijkt zo amper bij te dragen aan beter begrip van onze problemen en de mogelijke oplossingen.
De beweringen van Wilders over de criminaliteit onder asielzoekers bleven onbesproken. Daarmee werden ze min of meer als een feit geaccepteerd. En dat terwijl er nog heel veel over die cijfers te zeggen is. Bijvoorbeeld dat het Centraal Bureau voor de Statistiek er op wijst dat een groot deel van de verschillen samenhangen met sociaaleconomische factoren zoals opleiding en gezinssituatie. En dat niet-autochtone Nederlanders nog steeds veel discriminatie ervaren op de arbeidsmarkt, zoals blijkt uit het onderzoek van de Universiteit van Amsterdam. Het zet de cijfers van Wilders in heel ander perspectief. Een perspectief dat waarschijnlijk tot heel andere conclusies had geleid.
Voor politici is het debat echter geen zoektocht naar de feiten, maar vooral een strijd waarin je niets zegt dat later tegen je gebruikt kan worden en zo veel mogelijk momenten creëert die het goed doen in het nieuws en op de sociale media. Momenten die waarschijnlijk door veel fractieleiders goed worden voorbereid in de aanloop naar het debat. Daardoor is het vooral een strijd van retoriek, zo blijkt als je het 750 pagina lange transcript van het tweedaagse debat analyseert.
Ontwijking
Dat zie je bijvoorbeeld aan de antwoorden op de vragen die tijdens het debat worden gesteld. Vragen hebben een belangrijke functie in het debat: de antwoorden helpen het probleem en de argumenten scherper te krijgen. In het politieke debat kent het beantwoorden van die vragen echter ook een belangrijk gevaar: het kan een gebrekkige argumentatie blootleggen en in latere debatten tegen een politicus gebruikt worden.
"Dan zou ik toch het voorstel willen doen om dat verkiezingsprogramma te amenderen, als dat nog kan.”
Dat is waarschijnlijk de reden dat veel politieke leiders heel vaardig zijn in het ontwijken van vragen. Dilan Yeşilgöz-Zegerius gaf op 21 vragen tijdens haar eerste termijn geen antwoord. Als Van Hijum (NSC) vraagt naar het koopkracht beleid van de VVD in de afgelopen 15 jaar, verwijst ze naar de ‘feiten van vandaag’. Als Jimmy van Dijk haar vraagt over de gevolgen van de kortingen op de bijstand, begint ze over het niet verhogen van de accijns op brandstoffen. Ouwehand vraagt twee keer naar de de staat van de rechtstaat en twee keer ontwijkt Yeşilgöz de vraag door op te merken dat het debat gepolariseerd is.
Yeşilgöz is zeker niet de enige die vragen ontwijkt, maar de manier waarop haar collega’s dat doen verschilt. Jetten ontwijkt vooral de vragen van Wilders, Bontenbal ontwijkt antwoorden of geeft maar gedeeltelijke antwoorden door te verwijzen naar de aanstaande doorberekening van het Centraal Bureau voor de Statistiek of zelfs naar zijn eigen partijprogramma (tegen Eerdmans: “U kunt gewoon onze asielparagraaf lezen”). Timmermans antwoordt de vragen vaak direct, maar in de discussie met Wilders kiest hij vaak voor de tegenaanval of een tegenvraag.
Wat de Algemene Politieke Beschouwingen van 2025 in ieder geval laten zien is dat het voor politici eenvoudig is om vragen te ontwijken en te voorkomen dat ze in het nauw worden gedreven door hun opponenten. Door een ander onderwerp aan te snijden, andere feiten aan te dragen of door gewoon de tegenaanval te kiezen. Vaak tot grote frustratie van de vraagstellers, die zich machteloos voelen en alleen maar met woede, cynisme of sarcasme kunnen reageren. Zoals bijvoorbeeld de reactie van Stoffers (SGP) nadat Bontenbal verwijst naar het partijprogramma van het CDA: "Dan zou ik toch het voorstel willen doen om dat verkiezingsprogramma te amenderen, als dat nog kan.”
Al die frustratie en woede leidt er bijna nooit toe dat de vraagsteller toch antwoord krijgt. De belangen zijn te groot voor een inhoudelijk debat.
Selectiebias
Dat alles doet het debat geen goed. Als politieke leiders vragen ontwijken en de discussie alle kanten op gaat, leveren twee lange dagen debatteren weinig op. Of in ieder geval weinig meer dan clips voor de sociale media. Clips die vooral weer door de eigen kiezers gewaardeerd en gedeeld worden.
Dat neemt zeker niet weg dat een deel van de Algemene Politieke Beschouwingen wel inhoudelijk zijn. In een discussie tussen Bikker (ChristenUnie) en Yeşilgöz (VVD) over de zondagsopenstelling van winkels, wordt duidelijk dat ze allebei voor vrijheid kiezen, maar verschillen van mening over welke vrijheid het belangrijkst is. Bikker kiest voor de vrijheid van gemeenten om zondagsopenstelling te verbieden. Yeşilgöz kiest voor de vrijheid van ondernemers om zelf te kiezen of ze hun winkel willen openen op zondag. Dat levert geen compromis op, maar zorgt er in ieder geval voor dat het duidelijk is waar de meningen uit elkaar lopen.
Maar de angst om fouten te maken zorgt ervoor dat politici vooral bezig zijn om hun eigen gelijk te bewijzen. Bijvoorbeeld door onderbouwing te zoeken bij de standpunten die ze innemen. Fenomenen die in de psychologie bekend zijn als ‘selectiebias’ en ‘confirmatie-bias’. Voor bijna ieder standpunt is wel een onderzoeksrapport, een expert of desnoods een anekdote te vinden die dat standpunt onderbouwt of in ieder geval illustreert. Vooral anekdotes worden door politici gebruikt om conclusies te trekken. Conclusies die op basis van zo’n geïsoleerd voorval misschien heel logisch klinken, maar vanuit logica weinig waarde hebben.
Eigen werkelijkheid
Een pijnlijk voorbeeld daarvan was de anekdote die Wilders tijdens de APB van 2025 vertelde over een vrouwelijke chauffeur van een vuilniswagen die zwaar mishandeld zou zijn en door twintig Marokkanen zijn bedreigd. Al snel bleek dat het om een verkeersruzie ging waarbij beide partijen elkaar beledigden en waarbij één klap was uitgedeeld. Volgens de politie was er geen grote groep omstanders en zeker geen grote groep Marokkanen aanwezig. De chauffeur en de vrouw waarmee zij ruzie had hebben beiden aangifte gedaan tegen Wilders, omdat ze zich niet herkenden in het verhaal van de PVV-leider.
Natuurlijk is niet iedere anekdote een leugen. Het probleem met anekdotes is echter dat ze weinig tot niets zeggen over onze werkelijkheid, tenzij ze worden gecombineerd met statistieken of onderzoeksrapporten. In dat geval kunnen ze als illustratie dienen voor een ontwikkeling die zichtbaar is in onze maatschappij.
"Het gevaar is dat politici voorvallen bewust inzetten om hun standpunten te bevestigen en zo de kiezer op een oneigenlijke manier te beïnvloeden.”
In het debat in de Tweede Kamer staan anekdotes echter vooral op zichzelf. “Ik sprak met een aantal zeer ongeruste ouders,” zei Yeşilgöz, zonder te vermelden in welke context ze die ouders sprak of met hoeveel ze sprak. Caroline van der Plas citeerde uit twee anonieme mails. Jetten verwijst naar een “werkbezoek aan een azc, waar een VVD-burgemeester hem confronteerde met de vraag wat er liberaal is aan mensen de taal niet laten leren.”
De kracht van die anekdotes is duidelijk: ze maken informatie concreet en invoelbaar en zullen daardoor meer invloed hebben op kiezers dan abstracte cijfers. Maar een anekdote over bijvoorbeeld één inbraak zegt niets over de toe- of afname van het aantal inbraken in Nederland. Een incident met een asielzoeker kan het beeld van asielzoekers sterk beïnvloeden.
Het gevaar is dat politici voorvallen bewust inzetten om hun standpunten te bevestigen en zo de kiezer op een oneigenlijke manier te beïnvloeden. Als ze dan ook nog pretenderen dat juist zij ‘de kiezer’ of ‘de Nederlanders’ vertegenwoordigen creëren ze een eigen werkelijkheid. Een werkelijkheid waarin alleen zij gelijk kunnen hebben.
Bronvermelding
Wat opvalt is dat, zelfs als er tijdens de APB naar onderzoek wordt verwezen, de waarde van die onderzoeken vaak onduidelijk blijft. Omdat de bron niet duidelijk is of omdat het om controversieel onderzoek gaat. Daardoor is het onmogelijk om de onderzoeksmethode, de statistische analyse en de redeneringen van de onderzoekers te controleren. En daarmee wordt het onduidelijk of de conclusies die worden getrokken juist zijn.
Geert Wilders verwijst opvallend vaak naar onderzoek. Maar dat onderzoek is vaak niet te terug te vinden. Hij haalde bijvoorbeeld verschillende keren Jan Latten (emeritus hoogleraar sociale demografie, voormalig hoofddemograaf CBS) aan. Zo’n bron straalt natuurlijk autoriteit uit. Maar wie deze gegevens opzoekt, zal zien dat het geheel onduidelijk is naar welk onderzoek Wilders verwijst. Het lijkt erop dat hij verwijst naar beweringen die Latten deed in allerlei opiniestukken of interviews. Of misschien zelfs wel in een privé-gesprek. Hierdoor is het moeilijk om de onderzoeksmethoden en conclusies te controleren en dus moeilijk om er iets tegen in te brengen. Daarnaast haalt Wilders onderzoek aan van Ruud Koopmans, hoogleraar sociologie. Hier gaat het weliswaar om onderzoek dat gepubliceerd is, maar de conclusies uit dit onderzoek zijn zeer omstreden. Daar hoor je Wilders niet over.
Andere politieke leiders geven veel minder vaak aan waar ze hun informatie vandaan hebben. Bontenbal verwees naar onderzoek dat door zijn eigen partij was gedaan, wat natuurlijk vragen oproept over de onpartijdigheid van het onderzoek. Jetten verwees naar ‘onderzoek’ in het algemeen, zonder enige verdere specificatie.
Het gebeurde zelfs dat Dassen en Wilders naar hetzelfde onderzoek verwezen, maar daar totaal andere conclusies uit trokken. Dassen beweerde dat de PVV-fractie bij opvallend weinig debatten aanwezig was geweest, terwijl Wilders naar die cijfers verwees en beweerde dat het om 2-minuten debatten ging en dat de PVV-kamerleden gewoon hun werk deden. Waarna Dassen nog een verwoede poging deed om hem - en het publiek - te overtuigen: “Overal kun je de cijfers teruglezen. De PVV was gewoon niet aanwezig. Dan kan de heer Wilders hier roepen dat het een leugen is, maar het is geen leugen.” Het leek een mooi moment om die cijfers gewoon te laten zien, zodat iedereen zijn eigen conclusies kon trekken. Dat gebeurde niet.
Het laat zien hoe moeilijk het is om een inhoudelijk debat te voeren als politici eigen feiten aandragen en het nooit hebben over de kwaliteit van die feiten. In rechtbanken moet bewijsmateriaal worden ingebracht, zodat de advocaten dit bewijsmateriaal kunnen onderzoeken en zich daar in de verdediging op voor kunnen bereiden. In de wetenschap worden onderzoeksmethode, statistische analyses en conclusies zorgvuldig beschreven, zodat andere wetenschappers die kritisch kunnen bestuderen. De data van onderzoeken moet beschikbaar zijn voor analyse.
Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen ontbreekt een gezamenlijk referentiekader. Het gebeurt bijna nooit dat onderzoek bij de APB van te voren wordt ingebracht en het is niet de gewoonte om de feiten eerst goed te bespreken om zo tot een gedeelde werkelijkheid te komen. Het zorgt ervoor dat debatten bijna nooit leiden tot nieuwe, verdiepende inzichten. Juist dat was de reden dat Wilders wegkwam met zijn ongenuanceerde claims over criminaliteit onder allochtonen.
Dat het allemaal niet zo moeilijk is, liet Arjen Lubach - een programmamaker - vorige week zien in een item over voedselzekerheid. Door de feiten op een rijtje te zetten, heeft hij er in ieder geval voor gezorgd dat politici niet snel meer zullen beweren dat het halveren van de veestapel onze voedselzekerheid in gevaar brengt. Tenzij ze feiten kennen die Lubach over het hoofd heeft gezien.
Deliberatieve democratie
Het is de vraag of de Algemene Politieke Beschouwingen van 2026 meer zullen opleveren dan die van 2025. Op basis van deze analyse lijkt het redelijk goed te voorspellen wat er zal gebeuren. Wilders zal zijn bekende standpunten over asielzoekers en de islam bespreken en daarbij niet meer gehinderd worden door zijn rol als partijleider van de grootste partij in de coalitie. De linkse partijen zullen stevige kritiek uiten op Rob Jetten en Henri Bontenbal, omdat ze zich voor het karretje van de VVD hebben laten spannen. Forum voor Democratie zal klimaatverandering ontkennen, de ChristenUnie zal het over het ongeboren kind hebben en de SGP zal een manier vinden om uit de Bijbel te citeren. En na twee dagen zal iedereen weer naar huis gaan met dezelfde conclusies, de eigen conclusies.
Natuurlijk is het debat een belangrijk onderdeel van onze democratie en de Algemene Politieke Beschouwingen zijn één van de belangrijkste debatten van het parlementaire jaar. Toch is het zo langzamerhand de vraag of de APB niet is verworden tot een soort constitutioneel ritueel, zoals de troonrede en de rit met de Gouden Koets. Een ritueel dat mooie beelden oplevert voor de media, maar verder weinig bijdraagt aan onze democratie.
Het lijkt typerend voor een democratie waarin er voortdurend strijd is om de gunst van de kiezer. Een democratie waarin het vermijden van gezichtsverlies en maken van statements die de (sociale) media halen, de belangrijkste drijfveer lijkt te zijn geworden voor politici.
Natuurlijk is er niemand die politici kan dwingen tot een meer inhoudelijk debat. Het zou betekenen dat ze soms moeten toegeven dat hun redenering niet klopt, hun standpunt ongenuanceerd is en dat de belangen die ze verdedigen misschien niet de hoogste prioriteit hebben. Ze zouden moeten redeneren vanuit een gezamenlijke werkelijkheid, een brede analyse van problemen.
Een delibiratieve democratie heet dat, een democratie gebaseerd op samenwerking. Dat lijkt nog ver weg.
Disclaimer
Een deel van deze analyse is gedaan met artificiële intelligentie. Daarbij kunnen fouten zijn ontstaan in de details. Ik heb geprobeerd deze zo goed mogelijk te controleren. De grote lijn van dit betoog is zoals bedoeld. De volledige transcripten van het debat zijn te vinden op de website van de Tweede Kamer.


